|
WaalsWeekblad

Nederlandstalige
dienstverlening
en groeperingen
Gemeentewijzer
Wie doet wat?
Wallonië in kaarten
Overheden
De Waalse kastelen
Dagelijks leven
Beste restaurants
Belastingtips
Bij de
bakker
Bij de
dokter
Bij de
slager
Bij de
visboer
Boeken
Bonnen, korting...
Bouwen
- Hout-cv
-
Zonnepanelen
Pasfoto-eisen
Prive-riolering
Satelliet-tv
Sport
Skipistes
Toerisme
Streekrecepten
Wat kost leven?
Ziekenhuizen
Zorgverzekering
Samenleving
Economie
Zakendoen
Topbedrijven
Werkloosheid
Justitie
Onderwijs
Taal
Verkiezingen
Natuur&Milieu
Bossen
Meren
Natuurgebieden
Rivieren
Vissen
Vlinders
Vogels
Waterwegen
Wildparken
Lichtvervuiling
Plant, dier, jacht

Nederlandstalige
kunstenaars
Kunstlinks
Zie ook
onze
Linkspagina
|
|
Bij
de slager |
|
Zie ook de pagina vissen
Vlees
van het rund
Met het woordenboek FR-NL van Van Dale/Robert in de hand kom je bij de
Waalse slager niet ver. Meer dan de helft van de vleesbenamingen die slagers en
supermarkten hanteren staan er niet in. Nederlandse en Vlaamse en Waalse
slagers versnijden hun runderen anders en hanteren ook
andere begrippen. Dit overzicht kan wat meer inzicht geven.
De volgorde is: Waals // Vlaams
(Nederlands)
Biefstukken
Aiguillette // Ezel of Naaldje (liesstuk)
Balle d'
épaule //
Schouderbal (bloemstuk)
Filet pur // Ossenhaas
Filet
mignon // Filet
mignon (ossenhaaspuntje)
Filet
d'Anvers
// Filet
d'Anvers (achtermuis)
Grosse-tête
//
Groothoofd (spierstuk)
Grosse-cuisse, Tache
noire // Dikke bil
(bovenbil)
Pelé // Gepelde
biefstuk.
Er zijn er drie in elk rund: in de voorschenkel, in het groothoofd
en boven de achillespees
Petit-tête
//
Rumsteak of kleinhoofd (dikke lende)
Lendebiefstukken
Contre
filet // Dunne
lende (entrecôte)
Entrecôte // Tussenrib (rib-eye)
Faux-fillet // Dunne
lende
Six-côtes // Zesstuk (onderrib)
Braadvlees
Filet d'
épaule //
Schoudermuis (voormuis)
Plate
cuisse // Platte
bil
Stoofvlees (carbon(n)ade)
Basse
côte // Spiering
(onderrib)
Collier // Nek
Petit
Nerf // Zenuwstuk
(sucadelapje)
Soepvlees
Bouilli - Zie Flanchet
Flanchet // Lap (vang)
Jarret // Schenkel
Plat de côte // Platte
rib (soepvlees)
Poitrine // Borst (klapstuk)
Queue // Staart
Diversen
Coeur // Hart
Foie // Lever
Langue // Tong
Onglet,
Bavette // Longhaas,
kraai
Rognon // Nier
Andere termen:
Aloyou = lendestuk
Chateaubriand = dik gesneden filet
Épaule roulée = schouderrollade
Filet américain = biefstuk tartaar
Kogelbiefstuk = gesneden van bovenbil of spierstuk
Sirloin = lendebiefstuk
T-bone = entrecôte met haas en been
Tartaar = gemalen mager rundvlees
Tournedos = speciaal gesneden ossenhaas
Voor wie meer wil weten:
Versnijdingen van Blanc Bleu Belge
Versnijdingen in België
(anders dan BlancBleuBelge)
Versnijdingen in 6 talen
Versnijdingen van het kalf in 8 talen
Vertaalmachine Foodlexicon
Foto's van vlees met Vlaamse benamingen
Idem Nederland
Vlaamse keukenuitdrukkingen
Nederlandse keukenterminologie
Keukentermen
Fr-Ned
Over
de Blanc bleu belge (Belgisch wit blauw)
|
|
Terug naar het
|